Als je Anne van Berkel vraagt naar het ideale profiel van brandweervrijwilliger, is het antwoord verrassend. ‘Je hoeft echt niet supersportief te zijn. Of een held. Je doet het met elkaar. En dat vind ik juist het mooie ervan.’ Ze praat uit eigen jarenlange ervaring. Anne is al manschap bij post ‘s-Gravendeel sinds 2013, nog voordat ze haar opleiding tot arts begon. Inmiddels is ze werkzaam als arts in opleiding (AIOS) op de spoedeisende hulp van het Erasmus MC in Rotterdam.
Arts. Geen onhandige specialisatie voor een vrijwilliger, zou je zeggen. ‘Ja, er zijn veel raakvlakken. Het gaat in beide gevallen om acute situaties. En je doet het bij de brandweer en op de spoedeisende hulp vaak in teamverband.’ Maar laat iemands opleiding of functie alsjeblieft geen belemmering zijn om vrijwilliger te worden, zegt ze er meteen bij. ‘Iedereen kan wat bijdragen. Ik ben ook niet de sterkste van de ploeg. Maar ik heb weer andere kwaliteiten. Doordat je met z’n allen in die wagen zit, kun je samen een probleem oplossen. Natuurlijk moet je een basisconditie hebben. Natuurlijk moet je de opleiding halen. Maar je doet het met elkaar.’
Interesse voor de brandweer
Haar interesse voor de brandweer wordt aan de andere kant van de wereld gewekt, in Australië. ‘Ik heb er van mijn derde tot mijn veertiende gewoond. In Australië is de brandweer meer onderdeel van de maatschappij. We gingen met school elk jaar naar de kazerne. Je kreeg les in brandpreventie. Brandweerlieden kwamen op school iets vertellen.’
'Het komt niet goed uit'
Zo’n honderd keer per jaar gaat de pieper van post ‘s-Gravendeel. ‘Ik schat dat ik er veertig, vijftig keer zelf bij ben geweest. Maar ik denk ook weleens: het komt nu even niet goed uit. Ook omdat ik in mijn werk als arts al zat uitdaging heb. Uiteraard moet die wagen de straat op. Maar daar zorgen we met z’n allen voor.’
Aanstaand bevelvoerder
En als Anne in die wagen zit, is het straks niet meer als manschap maar als bevelvoerder. ‘Ik loop nu al stage als bevelvoerder. Ik ben het vrijwilligersvak een stuk leuker gaan vinden sinds ik die opleiding ben gaan doen.’ Niemand die ervan opkijkt dat er in 2026 een vrouw voor de ploeg staat. Anne: ‘Ook omdat je elkaar door en door kent. Ik weet wat ik aan hen heb, zij weten wat ze aan mij hebben.’ Hooguit dat de man-vrouwverdeling ietsje meer in balans mag. ‘Vrouwen denken misschien nog dat het een gesloten mannengemeenschap is. Maar ik heb het in al die jaren wel zien veranderen. De ploeg is veel diverser geworden. Er zijn een hoop jonge mensen bijgekomen. En de opvang van nieuwelingen - man of vrouw - is veel beter.’
Brandweer Zuid Holland Zuid © 2025